-
101 hij aardt naar zijn vader
hij aardt naar zijn vaderVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij aardt naar zijn vader
-
102 hij gelooft niet meer in Sinterklaas
hij gelooft niet meer in Sinterklaashe no longer believes in Father Christmas/Santa (Claus)Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij gelooft niet meer in Sinterklaas
-
103 hij heet naar zijn vader
hij heet naar zijn vaderhe is called/named after his fatherVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij heet naar zijn vader
-
104 hij is een verkleinde uitgave van zijn vader
hij is een verkleinde uitgave van zijn vaderhe is a miniature of his father, he's a chip off the old blockVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij is een verkleinde uitgave van zijn vader
-
105 hij is net zijn vader
hij is net zijn vaderVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij is net zijn vader
-
106 hij lijkt sprekend op zijn vader
hij lijkt sprekend op zijn vaderVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij lijkt sprekend op zijn vader
-
107 hij vaderde over zijn jongere broer
hij vaderde over zijn jongere broerVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij vaderde over zijn jongere broer
-
108 hij wordt groter dan zijn vader
hij wordt groter dan zijn vaderVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij wordt groter dan zijn vader
-
109 hij zou haar vader wel kunnen zijn
hij zou haar vader wel kunnen zijnVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij zou haar vader wel kunnen zijn
-
110 horen
1 [met het gehoor waarnemen] hear♦voorbeelden:het is wel te horen dat je verkouden bent • you can hear that you've got a coldnu kun je het me vertellen, hij kan ons niet meer horen • you can tell me now, he is out of earshotzo mag ik het horen • that's what I like to hearzijn naam horen noemen • hear one's name mentionedik heb het alleen van horen zeggen • I only have it on hearsayik hoor het hem nog zeggen • I can still hear him saying itwij hoorden zingen/schreeuwen 〈enz.〉 • we heard singing/shouting 〈enz.〉zichzelf graag horen praten • like to hear oneself talkhij deed alsof hij het niet hoorde • he pretended not to hear (it)ik hoor je wel! • 〈 met betrekking tot schreeuwen〉 you don't need to shout!; 〈 met betrekking tot herhaling〉 I heard you the first timeik kon aan zijn stem horen dat hij zenuwachtig was • I could tell by his voice that he was nervousze kromp ineen bij het horen van zijn stem • she winced at the sound of his voice1 [geluiden kunnen waarnemen] hear2 [zijn plaats hebben] belong3 [gepast zijn] 〈zie voorbeelden 3〉4 [toebehoren] belong (to)♦voorbeelden:hij hoort slecht • he is hard of hearing〈 spreekwoord〉 wie niet horen wil, moet voelen • he who will not listen to advice must suffer for itwij horen hier niet • we don't belong herede kopjes horen hier • the cups go herebij elkaar horen • belong togetherhij hoort niet bij/tot de vlugsten • he's not one of the fastest3 dat hoor je te weten • you should/ought to know thatvoor wat hoort wat • you scratch my back and I'll scratch yoursze weet niet hoe het hoort • she doesn't know how to behaveje hoort niet te fluisteren in gezelschap • you shouldn't whisper in companydat hoort niet • it's not donedat hoort zo • that's how it should been zo hoort het ook • and that's how it should be tooze weten niet beter of het hoort zo • they don't know any betterdat is niet zoals het hoort • that's not good manners2 [in aanmerking nemen] listen (to)♦voorbeelden:laat eens iets van je horen • keep in touchlaat zijn vrouw het maar niet horen • don't let his wife (get to) know (about it)hij heeft niets van zich laten horen • he hasn't been in touchdat moet je dan nog jaren horen • you'll never hear the last/end of itik moet altijd horen dat ik vergeetachtig ben • I'm constantly being told that I'm forgetfulzij wil geen kwaad van hem horen • she won't hear a word said against himzij wil geen nee horen • she won't take no for an answerhij vertelde het aan iedereen die het maar horen wilde • he told it to anyone who would listenik wist niet wat ik hoorde • I could hardly believe my earstoevallig horen • overhearbij het horen van het nieuws • on hearing the newshij wilde er niets meer over horen • he didn't want to hear any more about itdaar heb ik nooit van gehoord • I've never heard of itdaarna hebben we niets meer van hem gehoord • that was the last we heard from himu hoort nog van ons • 〈 neutraal〉 you'll be hearing from us; 〈 als bedreiging〉 you've not heard the last of thisdaar hoor je nog meer van • you've not heard the last of thisik hoor niets dan goeds van hem • I've heard nothing but good of himnou hoor je het ook eens van een ander • so I'm not the only one who says sodat hoor ik voor het eerst • that's the first I've heard of itzo te horen gaat het goed met hem • it sounds like he's doing wellik hoor het nog wel • let me know (about it)moet je horen wie het zegt! • 〈 ironisch〉 look who's talking!moet je hem horen!, hoor hem! • (just) listen to him!als je hem hoort zou je denken dat • (from) the way he talks you'd think thathoor eens • listen, (I) say -
111 huisvader
1 family man, father (of the family) -
112 iemand op de dood van zijn vader voorbereiden
iemand op de dood van zijn vader voorbereidenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iemand op de dood van zijn vader voorbereiden
-
113 indruisen
♦voorbeelden:dat druist lijnrecht in tegen zijn vaders wens • 〈 ook〉 this flies in the face of his father's wishes -
114 je lijkt je vader wel
je lijkt je vader welyou act/sound/are just like your fatherVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > je lijkt je vader wel
-
115 kant
1 [weefsel] lace4 [grensvlak van een lichaam] side ⇒ face, surface, 〈 figuurlijk〉 aspect, 〈 figuurlijk〉 facet, 〈 figuurlijk〉 angle, 〈 figuurlijk〉 view6 [plaats waar twee vlakken samenkomen] edge7 [richting] way, direction8 [plaatsbepaling met betrekking tot een scheidslijn; helft van het lichaam] side9 [deel/uiteinde van een gebied/lichaam] side, end10 [partij, kamp] side, part(y)♦voorbeelden:gekloste kant • bobbin laceopengewerkte kant • openwork laceaan de kant ! • step aside!aan de kant gaan rijden • pull inaan de kant gaan staan • stand/step asidezijn auto aan de kant zetten • pull up/over〈 figuurlijk〉 iemand aan de kant zetten • push someone out; 〈 informeel〉 give someone the push/shoveaan de kant van de weg • at the side of the road, by the roadsidelangs de kant blijven staan • stay on the sideline(s)het schip ligt aan/voor de kant • the ship is moored/berthednaar de kant komen • swim ashoreop de kant klimmen • climb ashoreiemand van de kant afduwen • push someone inzich van zijn goede kant laten zien • show one's good sidede goede kant van een zaak • the positive side of somethingiemands sterke/zwakke kanten • someone's strong/weak pointsde vlakke kant van een plank • the face of a plank〈 figuurlijk〉 aan de ene kant wel, aan de andere kant niet • on the one hand yes, on the other (hand), no; yes and nodeze kant boven • this side upiets op zijn kant zetten • put something on its sidehet gaat met hem de verkeerde kant op • he's going to the bad; 〈 bij ziekte〉 he's taken a turn for the worsedeze kant op, alstublieft • this way, pleasedat is de kant van Haarlem op • that's out towards Haarlem, that's out Haarlem wayvan alle kanten • left and right, on all sidesgeen kant meer op kunnen • have nowhere (left) to goik sta aan jouw kant • I'm on your sideiemand aan zijn kant krijgen • win someone over to one's sidevan die kant hebben we niets te vrezen • we have nothing to fear from that quarterde liefde kan niet van één kant komen • love must be a two-sided affairdat hoor je van alle kanten • that's what you hear on all sideswantrouwen van de kant van de bevolking • distrust on the part of the public11 familie van vaders/moeders kant • relatives on one's father's/mother's sidehij is aan de kleine kant • he is on the short sidevan de verkeerde kant zijn • be of the other persuasionwij van onze kant • (we) for our partiets aan kant maken • tidy something upiets niet over zijn kant laten gaan • not take something (lying down)zich/iemand van kant maken • do oneself/someone in, do away with oneself/someone〈 informeel〉 dat klopt van geen kanten • that's all/completely wrong -
116 kinderen verwekken
kinderen verwekkenbeget/father childrenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > kinderen verwekken
-
117 mijn vader zaliger
mijn vader zaligerVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > mijn vader zaliger
-
118 nagedachtenis
-
119 natuurlijke/wettelijke vader
natuurlijke/wettelijke vadernatural/legal fatherVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > natuurlijke/wettelijke vader
-
120 neem mijn vader nou
neem mijn vader nounow, take my fatherVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > neem mijn vader nou
См. также в других словарях:
Father — Fa ther (f[aum] [th][ e]r), n. [OE. fader, AS. f[ae]der; akin to OS. fadar, D. vader, OHG. fatar, G. vater, Icel. fa[eth]ir Sw. & Dan. fader, OIr. athir, L. pater, Gr. path r, Skr. pitr, perh. fr. Skr. p[=a] protect. [root]75, 247. Cf. {Papa},… … The Collaborative International Dictionary of English
Father MC — (born Timothy Brown) was a popular African American rapper for the Uptown Records label in the early 1990s. Discovered and signed by then Uptown executive Sean Puffy Combs, he is best known for introducing the public to Uptown s successful R B… … Wikipedia
Father — Fa ther, v. t. [imp. & p. p. {Fathered}; p. pr. & vb. n. {Fathering}.] 1. To make one s self the father of; to beget. [1913 Webster] Cowards father cowards, and base things sire base. Shak. [1913 Webster] 2. To take as one s own child; to adopt;… … The Collaborative International Dictionary of English
father — ► NOUN 1) a male parent. 2) an important figure in the origin and early history of something: Pasteur, the father of microbiology . 3) literary a male ancestor. 4) (often as a title or form of address) a priest. 5) (the Father) (in Christian… … English terms dictionary
Father MC — Saltar a navegación, búsqueda Father MC es un cantante de new jack swing y hip hop, que entró en el panorama musical con el hit I ll Do 4 U en el año 1990, dentro de su disco debut Father s Day . Dos años después, editó Close to you otro de sus… … Wikipedia Español
father — [fä′thər] n. [ME fader < OE fæder, akin to ON fathir, OHG fater, Goth fadar < IE * pətḗr > L pater, Gr patēr, Sans pitár: ult. origin prob. echoic of baby talk, as in PAPA, Hindi bābū] 1. a man who has begotten a child; esp., a man as he … English World dictionary
father — [n1] male person who begets children ancestor, begetter, dad, daddy*, forebearer, origin, pa, padre, papa, parent, pop*, predecessor, procreator, progenitor, sire, source; concepts 394,400,414,419,423 Ant. mother father [n2] priest abbé,… … New thesaurus
father — index generate, originate, parents, primogenitor, propagate (increase), reproduce Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton … Law dictionary
Father — Several terms redirect here. For other uses, see Father (disambiguation), Dad (disambiguation), Fatherhood (disambiguation), and Fathering (journal). Father with child A father is defined as a male parent of any type of offspring … Wikipedia
father — {{Roman}}I.{{/Roman}} noun ADJECTIVE ▪ lone (esp. BrE), single ▪ As a single father, he found it a struggle bringing up three children. ▪ married, unmarried ▪ a married father of … Collocations dictionary
father — This would seem to be the natural term for a speaker to use to his or her father, but whether it is used or not depends on individual family practice, which may in turn be influenced by the social and educational level of the family concerned … A dictionary of epithets and terms of address